Overtollig opladen

Met de cFos Charging Manager en een zonnestelsel zorg je ervoor dat je auto (bijna (*)) alleen opgeladen wordt als er overtollige zonne-energie beschikbaar is. Overschot = generatie minus consumptie door huishoudens.

Opmerking: Belastingbeheer moet actief zijn zodat de oplaadregels worden nageleefd, dwz de modus moet zijn ingesteld op "belastingverdeling", niet op "monitor".

U kunt hiervoor een laadregel van het type "Solar" instellen. Selecteer "Zonne-overschot" als modus. Selecteer als "Start huidige limiet" de overtollige elektriciteit die het zonnestelsel moet opwekken, van waaruit deze regel moet gelden.

Screenshot cFos Charging Manager Documentatie - Overtollig opladen

De regel: zonne-energie, startstroomgrens: 6,5 A (6500 mA), "zonne-overschot", deze activeert overladen met het bestaande overschot vanaf een teruglevering van 6,5 A.

Daarnaast kunt u een onderschrijdingstijd specificeren, dwz het aantal seconden dat de stroomlimiet mag worden overschreden na het activeren van de overschrijdingsregel voordat het opladen wordt gestopt. Zo wordt het opladen niet onderbroken bij kortstondige prestatiedalingen, bijvoorbeeld door voorbijtrekkende bewolking.

U kunt het zonneoverschot aflezen door de virtuele teller "Overschot (VM)" in de Laadmanager in te stellen. U kunt ook een virtuele "Grid Demand (VM)"-meter opzetten die laat zien hoeveel elektriciteit momenteel van het net wordt afgenomen.

Tip: Om er zeker van te zijn dat je auto de volgende ochtend opgeladen is, kun je naast de eigen risicoregel een tijdsregel opgeven: Tijd, start: 21:00, eind 6:00, elektriciteit 6000. Dat wil zeggen als de auto nog 's Nachts elektriciteit nodig heeft om volledig op te laden, kunt u opladen via het netwerk of vanuit een geheugen.

De overtollige elektriciteit is de elektriciteit die aan het net zou worden geleverd. Om dit te bepalen moet de cFos Charging Manager dit kunnen meten. Hiervoor zijn de volgende mogelijkheden beschikbaar:

Cijfermeetconcepten
  1. Ofwel: Ingericht met een meter "Aangekochte elektriciteit". U installeert een (bidirectionele) meter op het overstappunt van de huisaansluiting. Geeft deze meter negatieve waarden aan, voer dan terug en deze stroom is beschikbaar voor overlading. Geschikte meters zijn bijvoorbeeld Modbus-meters of intern ingekochte elektriciteitsmeters in uw zonnesysteem (bijv. SMA Homemanager 2.0, Kostal Power Meter, E3/DC ingekochte elektriciteitsmeters, etc.). Om ervoor te zorgen dat de Laadmanager onafhankelijk van het laden van de elektrische auto's de ingekochte elektriciteit kan berekenen, moet in deze configuratie voor elke wallbox een meter met de rol "E-car verbruik" worden geconfigureerd.
  2. Of: U meet uw huisverbruik met een geschikte meter zonder wanddoos(sen) en zonder opwekkingsvermogen. Hiervoor zijn eenvoudige S0-tellers voldoende. De Laadmanager trekt vervolgens het thuisverbruik af van het opwekvermogen en stelt het resterende vermogen beschikbaar voor opladen.

Het opwekkingsvermogen kan worden gemeten met een extra meter. Als alternatief kunt u de waarden rechtstreeks van uw zonnestelsel aflezen. Raadpleeg onze lijst met momenteel ondersteunde apparaten.

(*) Door meet- en rekenonnauwkeurigheden kan in het grensgebied een geringe netafname of teruglevering optreden.

Gebruikersrapport over overtollig laden met Shelly 3EM (PDF)
Gebruikersrapport over te veel opladen met Solaredge

Overtollig opladen in evenwicht brengen

Als u weet dat het zonnesysteem 4,2 kW aan vermogen of minder kan genereren, moet overtollig opladen worden geconfigureerd met een tijdelijke oplossing. In dit geval wordt "gebalanceerd opladen" toegepast.

Let op: Elektrische auto's hebben per fase minimaal 1,4 kW (ofwel 6 A) nodig om te kunnen laden. Bij driefasenlading resulteert dit in 3*1,4 kW = 4,2 kW.

Beneden 4,2 kW zonne-energie moet het laadvermogen worden herverdeeld van de drie fasen naar één fase, zodat op deze fase minimaal 1,4 kW beschikbaar is. Als u bijvoorbeeld 500 W zonne-energie op alle fasen teruglevert, kunt u op één fase 1500 W afnemen. Aangezien de bidirectionele meters van de energieleveranciers op een balans werken, is er geen wiskundige aankoop van het net of teruglevering.

Beneden 4,2 kW moet je twee zekeringen uitschakelen waarmee de voedingsleidingen naar de EVSE zijn beveiligd (alleen niet die waarmee de cFos Power Brain controller is beveiligd). Let op: U mag tijdens het laadproces geen afzonderlijke fasen in- of uitschakelen. Dit kan leiden tot vernietiging van het oplaadapparaat van de auto! Als u op de EVSE geen meter gebruikt die afzonderlijke fasen kan oplossen, dient u indien mogelijk de Charging Manager te informeren dat de auto nu in één fase wordt opgeladen door de configuratieparameter "Fasen" dienovereenkomstig in te stellen. Met een teller die afzonderlijke fasen kan oplossen, kunt u de fase-instelling op "bepalen" laten staan.

Als u de auto later onafhankelijk van het eigen risico wilt opladen, schakelt u voor het laden de uitgeschakelde zekeringen in en deactiveert u de regel voor het teveel opladen van zonne-energie in de Charging Manager. Dan kun je opladen met normaal vermogen.

Fasegebruik

Als je meters gebruikt die de elektriciteit gefaseerd registreren, kan de Charging Manager (vooral bij een- of tweefasenlaadauto's) het laadvermogen gefaseerd aansturen en zo optimaliseren. In het geval van meters die slechts één vermogenswaarde afgeven op basis van het aantal gebruikte fasen, verdeelt de cFos Charging Manager het vermogen gelijkmatig over de fasen, wat tot bepaalde onnauwkeurigheden leidt. In dit geval (en ook bij plotseling hoog verbruik) dient u een voldoende hoge gangreserve in te stellen. Als je weet welke fasen daadwerkelijk in gebruik zijn, kun je dit voor de meter of EVSE configureren met de parameter 'Fases'. Automatische fasedetectie: Als u de parameter 'Fases' op "Bepalen" zet voor een apparaat zonder faseresolutie, probeert de Charging Manager zelf het fasegebruik per overgang te bepalen. Als er bijvoorbeeld een meter aan de EVSE wordt bevestigd, neemt deze het fasegebruik van deze meter over. Als het vermogen duidelijk te hoog is in verhouding tot het aantal fasen, corrigeert het het fasegebruik van L1 naar L1 + L2, of L1 naar L1 + L2 + L3 of L1 + L2 naar L1 + L2 + L3. Als er geen verdere informatie beschikbaar is, gaat de cFos Charging Manager in eerste instantie uit van 1-fase laden. Deze waarde die op deze manier wordt bepaald, wordt tijdens het laadproces gebruikt en weer gewist wanneer het voertuig wordt losgekoppeld. Bij overladen kan een driefasige laadauto leiden tot maximaal twee korte laadpogingen totdat de Laadmanager het juiste aantal fasen heeft bepaald. Het doel is hier om de hoogst mogelijke functionaliteit te bieden, zelfs zonder fase-nauwkeurige tellers wanneer auto's met een verschillend fasegebruik aan een EVSE worden opgeladen.

Gangreserve

De besturing in een energieopslag probeert altijd het netverbruik en de netinjectie te minimaliseren. U kunt dit aan de cFos Charging Manager vertellen door een meter in te stellen met de rol "zonne-opslag". In dit geval wordt een ontladende opslag als een generator beschouwd (de meter geeft negatieve vermogenswaarden aan), wat betekent dat deze energie beschikbaar is om de auto op te laden. Een laadopslag (de meter geeft positieve vermogenswaarden aan) wordt echter niet als consument beschouwd omdat de opslag direct stopt met laden wanneer het laadvermogen wordt gebruikt voor het opladen van de elektrische auto. Dus voor meters met de rol "zonne-opslag" negeert de cFos Charging Manager zijn verbruik.

Als uw energieopslagsysteem geen bidirectionele teller heeft, kunt u een externe teller installeren. Bidirectionele Modbus-meters worden meestal aanbevolen, maar afhankelijk van de opstelling van de meters in de installatie kunnen meerdere S0-meters (of andere unidirectionele meters) worden gebruikt, die in elk afzonderlijk geval moeten worden gecontroleerd.